13 regels voor huisvesting

De Nederlandse D.F.K.P-club

Om onze dieren te kunnen inzenden op tentoonstellingen dient de huisvesting van dien aard te zijn dat
de vogels niet beschadigen. Daartoe hebben we een aantal regels opgesteld.

Regels voor het tentoonstellen van de volgende siervogels:

  • wilde duiven
  • lachduiven
  • diamantduiven
  • frankolijnen
  • patrijzen
  • kwartels

1.Tentoonstellingskooien

Kooien en-maten
De tentoonstellingskooien voor alle soorten m.u.v. de Lachduiven zijn aan drie zijden gesloten.
De voorkant bestaat uit een rooster met een kleine spijlgrootte. Het deurtje in het rooster heeft een
grootte die gezien de dieren geschikt is.
De bovenkant van de kooien bestaat uit een plastic- of kunststofnet met een maximale maaswijdte van
2 centimeter.
De kooimaten (h x b x d) zijn afhankelijk van de grootte van de dieren:

  • ringmaat tot en met 5,5 mm: parkietenkooien 50 x 40 x 25 is een mogelijkheid die de voorkeur heeft, anders minimale kooimaat 40 x 40 x 40 cm
  • ringmaat vanaf 5,5 mm: minimale kooienmaat 50 x 50 x 50 cm


Deze maten van de kooien gelden zowel bij één als bij twee dieren per kooi. Zie ook punt 2.
Voor de Lachduiven geldt dat deze in een normale draadkooi 50 x 50 gehuisvest dienen te worden
waarvan slechts de achterzijde van de kooien, en de kopse kanten van de rijen is afgeschermd.

Zitstokken
De basis van de zitstok is een verzwaarde bodemplaat met een verticale stok die zo hoog is dat bij
een verticaal naar beneden gedragen staart van het dier er nog minstens 5 tot 7 cm ruimte overblijft
tussen de staart van het dier en de bodem van de kooi. Daarop komt een horizontale stok die onder
een hoek van 45 graden t.o.v. de lengte-as van de kooien wordt geplaatst, zodat de keurmeester in
staat is de dieren te beoordelen. Deze zitstok kan in alle maten kooien gebruikt worden.
De diameter van de zitstok is ongeveer 20 mm.

Alle duiven en de boomkwartels (zoals Californische Kuifkwartel, Virginische boomkwartel,
Blauwschubben kwartel e.a.) hebben een zitstok nodig. Frankolijnen, patrijzen en grondkwartels
(Chinese dwerg-, Harlekijn-, Coromandel-, Europese en Japanse kwartel) hebben geen zitstok nodig.

Plaats van de kooien
Kooien met de genoemde siervogels worden, vanwege het onrustige karakter van deze vogels,
bij voorkeur niet langs druk belopen paden op tentoonstellingen geplaatst. De beste plaats voor
deze kooien is tegen een wand van de tentoonstellingszaal of in ieder geval met de ruggen van de
kooien tegen elkaar aan. Bij de Lachduiven moet in geval van het ruggelings tegen elkaar plaatsen
de achterkant afgeschermd worden.

Strooisel
Als strooisel is geschikt:

  • aubiose
  • beuken- of ander fijne houtspaanders
  • houtkrullen
  • droog zand
  • dunne laag houtmot
  • kattenbakvulling

Water en voer
Voor het inkooien worden de kooien voorzien van een gevuld drinkbakje en voerbakje.
Als voer wordt aanbevolen tortelduivenzaad of siervogelkorrels. Kwartels en Patrijzen bij voorkeur een
mengsel van tortelduivenvoer en Gallus 3.
Kleine kwartels en Diamantduiven krijgen tropisch zaad.
De water-en voerbakken en de zitstokken mogen nooit voor het uitkooien van de dieren verwijderd
worden.

2.Twee dieren in één kooi (alternatieve benaming ‘tweetal’ of ‘1-1’)

De soorten siervogels die een duidelijk geslachtsdimorfisme bezitten (d.i. man en vrouw zijn te
herkennen aan het verenkleed) mogen ook met 2 dieren (1-1, dus man en vrouw) per kooi geshowd
worden.
Beide dieren in de kooi zijn of oud of jong; een mix van oud en jong is niet toegestaan.
De twee dieren per kooi worden individueel gekeurd.

Bij de soorten siervogels die geen geslachtsdimorfisme kennen is het inzenden van 1-1 dieren per
kooi niet toegestaan, omdat de keurmeester de dieren niet individueel herkenbaar kan beoordelen
(immers de dieren mogen niet in de hand worden genomen; zie punt 4).

Op het inschrijfformulier voor tentoonstellingen moet de inzender duidelijk kunnen aangeven dat hij/zij
één of meer tweetallen wil inzenden. In het vraagprogramma van tentoonstellingen dient duidelijk
beschreven te worden dat tweetallen kunnen worden ingeschreven.

3.Kooivolgorde

De kooivolgorde bij het showen van deze siervogelgroepen is van groot naar klein.
De kleine hoenderachtigen (patrijzen, frankolijnen en kwartels) worden na de grote siervogels zoals
fazanten, kalkoenen, tragopanen e.d. geplaatst in de volgorde: patrijzen - frankolijnen – kwartels.
Hierna volgen de duiven in de volgorde: lachduiven - oorspronkelijke duiven - diamantduiven.

Binnen elke groep is de rangschikking:

  • enkele nummers man-oud
  • twee oude dieren (1-1) in 1 kooi maar als twee enkele nummers beoordeeld
  • enkele nummers vrouw-oud
  • enkele nummers man-jong
  • twee jonge dieren (1-1) in 1 kooi maar als twee enkele nummers beoordeeld
  • enkele nummers vrouw-jong
  • koppels (dus 1 kooinummer en 1 keurkaart)

4.In de hand nemen bij de keuring

Wilde duiven, lachduiven, diamantduiven, frankolijnen, patrijzen en kwartels mogen bij de keuring
niet in de hand genomen worden. Alleen in een uitzonderlijke situatie, bij verdenking van fraude, is
het toegestaan deze dieren uit de kooi te halen.

5.Ringnummers op beoordelingskaarten

Bij siervogels die bij de keuring niet in de hand worden is de fokker/inkooier verplicht het volledige
ringnummer bij het inkooien op de blanco kaart te schrijven die bij de betreffende kooi hangt.
De keurmeester neemt bij de keuring dit nummer over op de beoordelingskaart.
Dieren waarvan het ringnummer niet is vermeld komen niet in aanmerking voor de NHDB-prijzen.

6.Ringen

KLN accepteert op haar shows ringen van erkende andere instellingen zoals de NBvV, ANBvV en
Aviornis, evenals erkende buitenlandse ringen. M.i.v. seizoen 2012/2013 komen dieren met genoemde
ringen ook in aanmerking voor KLN prijzen

Het Bestuur van De Nederlandse D.F.K.P-club