Diamantduiven

De diamantduif is, evenals de lachduif, inmiddels een gedomesticeerde soort. Een kleine 200 jaar

wordt deze soort al door de mens gehouden.
Samen met de eerste grasparkieten kwamen toen ook de eerste diamantduiven vanuit Australië naar
Europa.
Het bleek al snel dat deze duifjes makkelijk waren te houden en te fokken. Dit had logischerwijs tot
gevolg dat er vanzelf kleurmutaties ontstonden.
Op dit moment zijn er naast de wildkleur zeker al tien verschillende kleuren. Er is dus voor elk wat wils.
De meest voorkomende kleuren naast de wildkleur zijn:

pastel
bruin (voorheen rood genoemd)
wildkleur witstuit
pastel witstuit
bruin witstuit.
Ook zijn er inmiddels in wildkleur ook bonte diamantduiven die naar gelang ze ouder worden steeds meer
wit gaan vertonen.

10-3-01_320x200 Diamantduif wildkleur © K.Prins

De diamantduif is zeer geschikt voor de beginnende liefhebber. Dit kleine duifje is niet veeleisend
wat betreft huisvesting en voeding. Natuurlijk moet dit wel aan de eisen voor welzijn voldoen.
Zonder echt schuw te zijn blijven diamantduiven over het algemeen schrikachtiger dan lachduiven.
Dit heeft tot gevolg dat zij makkelijk, vooral in kleinere kooien, hun veren beschadigen.

10-3-02_320x200 Een diamantduif heeft aan weinig genoeg om te broeden (kleur pastel) © K.Prins

Een goed zaadmengsel voor tropische vogels is zeer geschikt als basisvoedsel voor de diamantduif.
Groenvoer in de vorm van gekiemd zaad wordt graag gegeten.
Duiven pellen het zaad dat zij eten niet. Daarom moet altijd voldoende maagkiezel beschikbaar zijn.
Diamantduiven zijn echte zonaanbidders en met de plaatsing van de huisvesting moet u hier rekening
mee houden. Ze houden niet van koude en kunnen daarom beter vorstvrij overwinteren in een goed
geventileerd en droog hok.

10-3-03_320x200  Een ruim hok met mogelijkheid voor een zandbad is voor diamantduiven aan te bevelen links pastel en rechts wildkleur witstuit © K.Prins

Ook voor de diamantduiven geldt dat zij per paartje gehuisvest moeten worden om vechtpartijen in de
broedtijd te voorkomen. Samen met andere kleine vogels in een volière is geen probleem.
In de regel zijn de doffer en de duivin wel te herkennen. De doffer heeft altijd een bredere oogring
dan de duivin. Echter, dit geldt vooral voor volwassen vogels.
Jonge doffers en overjarige duivinnen kunnen makkelijk met elkaar verward worden als het om de
oogring gaat.

10-3-04_wildkleur_witstuit_320x200 Oude doffer met fraaie oogring (wildkleur witstuit)© K.Prins

Andere verschillen zijn bijvoorbeeld de kleur. Bij de wildkleur zijn de duivinnen donkerder/bruiner
dan de doffers. Bij veel kleurmutaties is dit minder makkelijk te zien, maar gemiddeld genomen zijn
duivinnen dus iets donkerder (bruiner) dan doffers omdat zij meer phaeomelanine (= roodbruin pigment)
in hun bevedering hebben.
Wanneer wij het over volwassen vogels hebben, dan zijn de doffers over het algemeen iets forser en
groter van bouw. En tenslotte is het baltsgedrag (koeren, buigen en staart spreiden) een goede
indicatie dat het een doffer betreft. De duif waartegen gebaltst wordt is niet per definitie een duivin!

10-3-05_320x200 Een wildkleur en een pastel jong, bijna 3 weken oud © K.Prins

Het is duidelijk dat de diamantduif om verschillende redenen een gewaardeerde tentoonstellingsvogel
is geworden.
Er is daarom ook een grote groep liefhebbers die bewust met alleen deze soort fokt.
Zij houden de schitterende en soms zeldzame mutaties van deze duiven in stand.

Tot slot nog enkele foto's van veel minder bekende kleuren bij de diamantduif.

10-3-06_320x200 midden onder een diamantduif bont wildkleur © K.Prins

10-3-07_320x200 Diamantduif pastel oude duivin © K.Prins

10-3-08_320x200 Diamantduif bruin © N.H. van Wijk